Wil jij meedenken over hoe een verlaten pand getransformeerd kan worden naar een ‘Lifehouse’? Dat kan tijdens de workshop serie van Stad in de Maak!
In deze workshop serie wil Stad in de Maak een groep deelnemers samenbrengen om te helpen met een concrete case study: een verlaten loods in de Koningin Wilhelminahaven in Vlaardingen. Samen wordt er onderzocht of en hoe dit gebouw kan worden getransformeerd naar een ‘Lifehouse’. Het begrip ‘Lifehouse’ komt van de Amerikaanse schrijver en urbanist Adam Greenfield. Het is een plek of instituut in het hart van een buurt gericht op solidariteit en ondersteuning. Dit zou een bescheiden maar gedurfde ruimte kunnen zijn waar een rommelige werkplaats samenkomt met een open vloer, een gemeenschappelijke keuken, werkruimtes, een buurt-“survival pack” en – wie weet – zelfs woonruimtes. Samen wordt er gezocht naar manieren om dit initiatief op te starten, te ontwerpen en te financieren, en bovendien om het draaiende te houden – zelfs wanneer de nood aan de man is.
Stad in de Maak zet al meer dan twaalf jaar tijdelijke locaties op in Rotterdam. Deze plekken fungeren als knooppunten voor gemeenschappen waar mensen samenkomen, wonen, werken, elkaar ondersteunen en zich geworteld voelen. Voor toevallige bezoekers lijken deze plekken vaak zowel verfrissend als enigszins raadselachtig: een mix van inventieve oplossingen, hergebruikte materialen en levendige gemeenschapsactiviteiten geeft ze een onverwachte charme en vitaliteit. Ze bieden iets waar velen al lang naar verlangen: een hernieuwd gevoel van gemeenschap en verbondenheid. Nu wil Stad in de Maak hun eerste permanente locatie realiseren; een plek die voor de lange termijn veiliggesteld is! Om dit mogelijk te maken, heeft Stad in de Maak toegang nodig tot ongewone gebouwen: panden die te vervallen, te complex of te vastgelopen zijn om aantrekkelijk te zijn voor de huidige oververhitte vastgoedmarkt. Plekken waar niemand – behalve een enkeling – een manier ziet om ze werkend te krijgen.
Stad in de Maak is een stichting die sinds 2013 nieuwe, sociaal inclusieve vormen van stedelijk wonen mogelijk maakt. De organisatie activeert leegstaande gebouwen, stimuleert collectief zelfbeheer en werkt aan een inclusievere stad. Zij beheert panden waarin diverse groepen gezamenlijk wonen, waarbij 30 procent van de ruimte is bestemd voor commons: gedeelde voorzieningen en ruimtes die worden beheerd voor bewoners, de buurt en sociale organisaties. De aanpak is gebaseerd op het onttrekken van vastgoed aan de markt, het bieden van betaalbare woon- en werkruimtes, collectief eigendom of gebruik, commons zonder huur, en economische, sociale en ecologische duurzaamheid. De organisatie werkt democratisch, is grotendeels zelforganiserend en beheert een eigen revolverend investeringsfonds.