Nieuws

Interview over de Test Site Materialenwerf: een vrij complex proces

Geplaatst op: 20 mei 2026
door: Fay van der Wall | Foto's: Paul Swagerman

Het kloppende hart van Rotterdam Architectuur Maand 2026 is de Test Site Materialenwerf, die de aandacht vestigt op broodnodige veranderingen in perspectief op het hergebruik van materialen en samenwerking. Barbara Luns, directeur van AIR, en Estelle Barriol, die met haar bureau Studio ACTE het testterrein ontwerpt, bespreken het proces, het concept en de ambities.

De Materialenwerf wordt wel een test-site genoemd; wat testen jullie hier precies?

Barbara: “We testen wat er nodig is om een ​​Materialenwerf te bouwen. Het gaat dus meer om het proces dan om het eindresultaat. Hoe je bijvoorbeeld de vergunningen krijgt en hoe je aan de materialen komt. De beste manier om deze processen te testen, is door ze daadwerkelijk te doorlopen.”  

Estelle: “We hebben geen commercieel doel, zoals een echte Materialenwerf dat wel zou hebben. Dit biedt ruimte voor programmering en reflectie op de werking van de werf. De transitie naar circulair materiaalgebruik heeft veel te maken met infrastructuur en alle onderdelen die in beweging moeten komen om de verandering mogelijk te maken. Dat is een vrij complex proces. Hoe kleiner de schaal, hoe makkelijker, maar zodra je opschaalt, wordt hergebruik een droom in plaats van de realiteit. Hoe houden we het materiaal vast en zorgen we voor nieuwe distributie, hoe voorkomen we dat we te veel slopen? Er zijn zoveel vragen om over na te denken, en we hopen die gedurende de maand samen te brengen in de combinatie van bouwen en programmeren.”

Boven: Estelle Barriol - foto: Charlotte Gaubert | Onder: Barbara Luns - foto: Fred Ernst

Boven: Maquette paviljoen door Studio ACTE

Wat houdt echte circulariteit in? Vooral in de bouw?

Estelle: “Circulariteit is een oneindig proces en kan op veel dingen worden toegepast, zoals energie of economie. Als we het hebben over circulair gebruik van materialen, is het belangrijk dat we het woord ‘afval’ niet gebruiken: we verzetten ons tegen het weggooien van materialen. Dat begint al bij het slopen van iets. Dat is op zich niet circulair en zou moeten verschuiven naar transformatie en als het niet anders kan, demontage.” 

Barbara: “Om misverstanden te voorkomen: dit is absoluut niet hoe de industrie momenteel werkt. In de bouwsector wordt er meestal helemaal geen rekening gehouden met de levensduur van materialen na het eerste gebruik. De gemeente Rotterdam heeft de ambitie om de gebouwde omgeving tegen 2050 te laten voldoen aan de normen van het Akkoord van Parijs. Om die duurzaamheidsdoelen te bereiken, is een circulaire benadering van bouwen onmisbaar.” 

Wat zijn de grootste obstakels voor de overgang naar circulair bouwen?

Barbara: “Ik sprak laatst met een groep architecten, waar iemand opmerkte: in een gebouw kan een stalen balk zitten die meerdere verdiepingen draagt. Maar als het gebouw wordt gesloopt, is die balk niets meer waard, omdat niemand precies weet hoeveel gewicht hij kan dragen. Dat is een goed voorbeeld van de praktische obstakels bij circulair bouwen. Iedereen weet dat het een sterke balk is, maar hoe sterk precies, staat nergens officieel op papier. Daar zit een nuttige les in voor toekomstige projecten: zorg ervoor dat alle informatie over de materialen aan het begin van een nieuw bouwproject wordt gearchiveerd. Op die manier weet je, als het op sloop aankomt, wat je in huis hebt.” 

Estelle: “Op kleinere schaal, bij interieurs en details, kunnen we al anders te werk gaan. Maar de problemen ontstaan wanneer we opschalen. Het bestaande beleid, de vergunningen en de bouwvoorschriften op dat niveau moeten worden aangepast om hergebruikte materialen mogelijk te maken. Gemeenten, provincies en de landelijke overheid moeten hieraan meewerken, want zij spelen een belangrijke rol in deze transitie. Het is een ecosysteem waarin iedereen zijn denkwijze moet veranderen. Maar eerst moeten de regels worden aangepast.”

Kunnen jullie meer vertellen over de bouwmaterialen die in de Materialenwerf worden gebruikt?

Estelle: “Het paviljoen wordt volledig gebouwd met hergebruikte materialen. Het is een semi-groot project, een overdekte ruimte van honderd vierkante meter met een flexibele indeling. Voor de constructie waren grote balken nodig, van zeven meter lang. Die zijn gemaakt van oude meerpalen uit de haven. Het is een houtsoort genaamd Basralocus , die in de koloniale tijd werd geroofd uit de overzeese gebieden. Deze balken hebben dus een symbolische waarde, in verbinding met de maritieme omgeving en geschiedenis. Door ze een nieuwe bestemming te geven, voegen wij iets toe aan het verhaal. Dit sluit direct aan bij het soort gesprek dat we met de werf willen aangaan: over onderwerpen als de herkomst van materialen en de impact op het milieu. 

De panelen zijn gemaakt van restanten CLT (Cross Laminated Timber), een veel nieuwer materiaal. We hebben het beschikbare materiaal opgemeten en zo gezaagd dat het een visueel ritme heeft. De stalen onderdelen komen van de Belgische fabrikant Halfwerk, gespecialiseerd in hergebruikte metalen. Zij tikken wereldwijd afgedankte en overgebleven voorraden metaal op de kop en hebben de machines in huis om hier nieuwe onderdelen van te maken. Tot slot wordt het dak waterdicht gemaakt met vrachtwagenzeilen die onderdeel waren van het gebouw van de Schaatsbaan.”

 

Wat kunnen bezoekers van de Materialenwerf verwachten?

Estelle: “Rond het paviljoen staan ​​er displays van grootschalige bouwcomponenten. We willen de massa van de materialen waar het over gaat benadrukken. Balken van dertig meter lang bijvoorbeeld en stapels platen van vijf bij drie meter. Zo willen we laten zien dat hergebruik over structuur en infrastructuur gaat. Maar ook over details zoals deuren of deurklinken. Alle schalen komen aan bod. Ik hoop dat de tentoongestelde materialen mensen aanzetten tot nadenken over hun relatie met de materialen en spullen om hen heen. Al is het maar voor een paar minuten.” 

Barbara: “De programmering van de werf is erg belangrijk. Daar vinden de discussies plaats, daar worden kennis en ervaringen gedeeld. We nodigen zowel kleine bedrijven en initiatieven die vooroplopen in deze ontwikkeling uit, als grote bouwbedrijven. Door deze partijen samen te brengen, hopen we de verandering te versnellen.”

Matrialen op een materiaal depot

Keilepand | Foto: Frans Hanswijk

Wat is de relatie tussen de tentoonstelling in het Keilepand en de Materialenwerf?

Barbara: “Wat er in het Keilekwartier gebeurt, is erg inspirerend. Het maakt deel uit van M4H, een voormalig havengebied zo groot als het stadscentrum dat wordt herontwikkeld tot een woonwijk. Het Keilepand en het KeileCollectief hebben het initiatief genomen om een gebiedssamenwerking te starten, waar ze de filosofie van circulariteit en collectiviteit al doende onderzoeken. Daar draait de tentoonstelling om, met veel voorbeelden van bestaande initiatieven. We willen laten zien dat veel van de veranderingen die we bij de Test Site Materialenwerf voorstellen, al gaande zijn en dat er al veel werk wordt verzet. Het is belangrijk om dat serieus te nemen. We moeten de mensen die voorop lopen koesteren, want de meer informele en kleinschalige initiatieven bereiden de weg voor de grotere transitie.”

Welke lessen heeft het realiseren van de Materialenwerf jullie tot nu toe opgeleverd? 

Estelle: “Als Studio ACTE schalen we in dit project flink op in vergelijking met ons eerdere werk. Ik merk dat het ontwerp zelf op deze schaal niet meer tijd kost, maar de hoeveelheden materiaal wel. En die kosten meer tijd om te vinden en de logistiek te regelen. Het belang van samenwerking wordt voor ons ook steeds duidelijker. Gelukkig zijn de mensen met wie we werken erg gemotiveerd en bereid om op nieuwe manieren samen te werken om de doelen te bereiken.”

Barbara: “Vorig jaar hebben we tijdens de Architectuur Maand aan de Schiehaven al eerste stappen zetten op het gebied van circulariteit. Maar dit jaar verloopt het proces heel anders. Bouwen met hergebruikte materialen vraagt om een flexibele houding, die niet past bij de lineaire processen van vergunningen en financiering. De combinatie van beide is een uitdaging, maar ook fascinerend. ” 

Welke impact hoop je te maken?

Estelle: “Over een paar jaar zal er veel gebouwd worden in het M4H-gebied en zullen er veel mensen naartoe verhuizen. Het is mooi om juist hier onze tijdelijke structuur op te zetten en de behoeften en voorwaarden voor de overgang naar een nieuwe manier van bouwen te onderzoeken. Ik hoop dat we, door de kaders voor een gesprek aan te bieden, de gemeente en projectontwikkelaars kunnen inspireren tot nieuwe ideeën.”
Barbara: “Het feit dat we iets tijdelijks bouwen, en dan ook nog in de context van een festival, verlaagt de drempel voor samenwerkende partijen. Maar ik zie als een belangrijk middel om gewoonten ter discussie te stellen die zo moeilijk te veranderen zijn. Alle deelnemers aan de bestaande bouwprocessen moeten hun steentje bijdragen. Als één van hen weigert, heeft dat gevolgen voor de hele keten. Of we de verandering kunnen bewerkstelligen, hangt niet af van de technische mogelijkheden, want die zijn er al. Het is een cultuurverandering, en daarom spreken wij ons als culturele instelling uit. Dit experiment moet niet lichtvaardig worden opgevat, want er is veel moeite en waarde in geïnvesteerd.”